| Moeder der Reformatie | |
|
Share De Waldenzen danken hun naam aan koopman Waldes uit Lyon, die in 1174 afstand van zijn bezittingen deed en zich bekeerde tot een apostolisch leven van armoede. Waldes' volgelingen trokken rond op sandalen, waarbij mannen én vrouwen predikten. Omdat zij dit als leken deden, veroordeelde de paus hen al in 1184 als ketters, wat een lange geschiedenis van vervolgingen inluidde die aan tienduizenden Waldenzen het leven zou kosten.In het begin waren de Waldenzen vooral in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië te vinden. In de veertiende eeuw kwam het zwaartepunt van de beweging in gebieden in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Bohemen te liggen. Door de inspanningen van de inquisitie waren de Waldenzen aan de vooravond van de Reformatie ten Noorden van de Alpen echter uitgeroeid en overleefden nog slechts in kleine groepen in de bergen ten Westen van Turijn, vaak teruggetrokken in grotten. Een deel van hen woonde in Piëmont, een ander deel in de Dauphiné, de provincie waarvan Grenoble de hoofdstad is. Onder invloed van de Reformator Guillaume Farel, die zelf uit de Dauphiné afkomstig was, sloten de Waldenzen zich in 1532 tijdens de Synode van Chanforan aan bij de Reformatie. Later kwamen zij onder invloed van Calvijn en stichtten in 1555 een calvinistische kerk. De bloedigste slachtingen lagen op dat momentnog voor hen. Vele Waldenzen moesten in 1698/99 naar Duitsland uitwijken. Pas in de negentiende en twintigste eeuw kregen de Waldenzen langzaam maar zeker meer vrijheid. Tegenwoordig is de Waldenzische Kerk met ongeveer 20.000 leden de grootste protestantse kerk van Italië. Daarnaast zijn er Waldenzengemeentes in de Verenigde Staten (Texas, North-Carolina en Missouri), Uruguay en Argentinië. De wortels van de Reformatie Veel gereformeerde, lutherse en anglicaanse theologen lieten zich in de zestiende en zeventiende eeuw door de geschiedwerken van de Waldenzen overtuigen dat deze, zoals ze zelf al sinds de dertiende eeuw beweerden, op de tijden van de apostelen teruggingen. Deze theologen zagen in de aansluiting van de Waldenzen aan de Reformatie een bewijs dat het protestantisme de oorspronkelijke, zuivere, apostolische leer uitdroeg. De Waldenzen golden in deze periode als "moeder van de Reformatie". Deze overtuiging was zo wijd verbreid, dat de Waldenzen bij nieuwe vervolgingen telkens weer op de politieke en geldelijke ondersteuning door het protestantse Europa konden rekenen. De moderne geschiedeniswetenschap heeft op grond van de bronnen bewezen, dat de Waldenzen niet op de apostelen, maar op Waldes teruggaan. Ook liet zij zien dat de Waldenzen na de aansluiting aan de Reformatie vrijwel al hun middeleeuwse tradities prijsgaven en geenszins als protestanten avant la lettre beschouwd kunnen worden. Niettemin hebben de Waldenzen een bijzondere plaats in de protestantse wereld behouden. Zij gelden voor vele christenen nog steeds als 'voorlopers' van de Reformatie en sommige kerken in Noord-Amerika, zoals de Baptisten en Adventisten, voeren zichzelf zelfs op de middeleeuwse Waldenzen terug. De in de microfichecollectie opgenomen polemieken en historische geschriften laten zien, wat voor een belangrijke rol de Waldenzen speelden in het debat over de vraag, of de kerken van de Reformatie nu terug te voeren zijn op het "zuivere Christendom" van de apostolische tijd òf dat ze nieuw waren, zoals de katholieke polemisten geloofden. Daarom is de collectie niet alleen van belang voor het historisch onderzoek naar het beeld van de Reformatie, maar ook voor de hoogst actuele vraag, hoe de protestantse kerken heden ten dage hun bestaan kunnen rechtvaardigen. Pamflet Akademiebibliotheek Op 25 januari 1655 gaf Andreas Gastaldo, gezant van de hertog van Savoye, de Waldenzen in Piëmont opdracht binnen drie dagen hun huizen in de Povlakte te verlaten en zich terug te trekken in de bergdalen. Als reden voerde Gastaldo aan dat de Waldenzen alleen in de bergdalen hun religie openlijk mochten uitoefenen, niet in de vlakte voor de dalen. De Waldenzen protesteerden, waarop de markies van Pianezza in april met enkele honderden soldaten de bergdalen introk. Toen hij op gewapend verzet stuitte riep de markies de hulp in van een paar duizend Franse soldaten die op weg waren naar Pavia om daar tegen de Spanjaarden te vechten. De Franse troepen richtten een verschrikkelijk bloedbad onder de Waldenzen aan dat sindsdien bekend staat als het "Piëmontese Pasen". De moderator ("secretaris-generaal") van de Waldenzenkerk, Jean Léger, wist aan de slachtingen te ontsnappen en bereikte in mei Parijs. Dat lijkt op het eerste gezicht wat vreemd, omdat juist de aanwezigheid van de Franse troepen tot het bloedblad had geleid. Léger wist echter dat de toenmalige leider van de Franse politiek, kardinaal Mazarin, allesbehalve gelukkig was met het Franse bloedvergieten. Mazarin was namelijk onderhandelingen met Oliver Cromwell begonnen, die toen in Engeland regeerde, en deze had woedend op het bloedvergieten gereageerd. Samen met de Franse protestanten oefende Cromwell druk op Mazarin uit om de voor Pianezza gevluchte Waldenzen op te nemen in de Dauphiné en oogluikend toe te staan, dat zij wapens kregen. Al spoedig begonnen de Waldenzen vanuit de Dauphiné een guerrillaoorlog tegen Pianezza, waarbij zij steun kregen van Franse protestantse vrijwilligers. Dankzij Franse bemiddeling eindigde de strijd in augustus 1655. De hertog vaardigde een edict uit, waarin hij de Waldenzen hun opstand vergaf, hun oude rechten herstelde en de schade gedeeltelijk vergoedde. Léger speelde een belangrijke rol bij het mobiliseren van de Franse protestanten. Zo liet hij een open brief onder de gereformeerde predikanten in Parijs verspreiden en publiceerde hij een uitvoerig bericht van het bloedbad, dat ook in de microfichecollectie is opgenomen. Daarnaast stimuleerde hij anderen om pamfletten ten gunste van de Waldenzen te schrijven. Een daarvan is La Persecution des Vaudois l'an 1655 (s.l., s.a.), waarvan vermoedelijk maar één exemplaar is overgeleverd dat al in de negentiende eeuw in bezit kwam van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (AB E 1651). La Persecution (8 bladen, 4°) is anoniem verschenen en bestaat uit twee delen: een open brief van een vooraanstaande protestantse Fransman aan een andere Fransman, die invloed aan het hof had, en een korter deel getiteld Suite de la Relation des cruautez, qui ont esté exercées aux vallées du Piedmont de Prejalat, niet noodzakelijkerwijs van dezelfde auteur. Onduidelijk is, waar het geschrift is gedrukt. Waarschijnlijk in Parijs, maar het is niet uitgesloten dat het in Nederland is gedrukt, waar in 1655 ook andere Franstalige geschriften ten gunste van de Waldenzen verschenen. La Persecution is vermoedelijk begin juni 1655 van de pers gerold. Nederlandse vertalingen Heel kort daarna, waarschijnlijk nog voor half juni, verscheen een Nederlandse vertaling, Wreede vervolginge en schrickelijcke moordt aende Vaudoisen, in Piedmont geschiet in 't jaer 1655 (s.l., s.a.), waaraan nog een derde deel is toegevoegd, dat in de Franse uitgave ontbreekt. Dit derde deel draagt de titel: Kort verhael van de woonplaetsen, religie, ende vorder gelegentheden der voorschreve Gereformeerde ende verjaeghde Vaudoisen, volgens een oprecht advys nevens het voorgaende van aensienlijcke goeder kant opgenomen ende informatie becomen en is gedateerd: Parijs 28 mei. Mogelijkerwijze is het van de hand van een derde auteur. De Akademiebibliotheek heeft ook hiervan een exemplaar: AB E 1652s. Rond dezelfde tijd verscheen nog een andere editie van deze vertaling, deze keer in gotisch schrift en voorzien van zeven houtsneden van de folteringen die de Waldenzen moesten ondergaan. De titel is iets langer: Wreede vervolginge en schrickelijcke moordt aende Vaudoisen, jn Piedmont geschiet in iaer 1655 ofte droevige tijdinge over 't onnosel bloet vande Gereformeerden vergoten door den Hartoog van Savoyen. Ten opzichte van de vertaling in romeins schrift ontbreekt een - belangrijke - passage. Deze editie verscheen "'t Amsterdam, gedruckt by Jacob Cornelissz." en is in het bezit van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (Pfl. F.t.21) en de Bibliothèque Wallonne in Leiden.In de Bibliothèque Wallonne bevindt zich nog een derde editie van dezelfde vertaling (signatuur B.146), weer in gotisch schrift maar zonder de illustraties, echter wel met de belangrijke passage uit de in romein gezette uitgave. De titel is gelijk aan de uitgave in het romeinse schrift. Deze derde editie verscheen in augustus 1655. Aan het eind zijn enkele korte teksten toegevoegd, waaronder het anonieme gedicht Op de moordt der Vaudoisen, dat van Jacob Westerbaen stamt.De Nederlandse vertalingen zijn alledrie opgenomen in de microfichecollectie. Lobby Tot op heden is niet duidelijk wie zich in Nederland in 1655 allemaal ten gunste van de Waldenzen hebben opgesteld. Er moet hier een invloedrijke lobby hebben bestaan. De Staten-Generaal benoemden in juli 1655 een van haar leden, Rudolf van Ommeren uit Gelderland, als gezant om bij de hertog van Savoye in Turijn beklag over de behandeling van de Waldenzen te doen en voor het herstel van hun rechten op te komen. Van Ommeren vertrok echter pas in augustus, veel te laat om nog aan de onderhandelingen daar deel te kunnen nemen. H.C. Rogge heeft in 1903 in de Verslagen en medeelingen van de KNAW uitvoerig over zijn missie bericht.Wie in Nederland achter de uitgave van pamfletten als Wreede vervolginge stak, is nog niet opgehelderd. Zeker is dat de vrienden van de Waldenzen in Nederland nauwe banden onderhielden met de protestanten in Zwitserland, Engeland en Frankrijk en daardoor vaak over informatie uit eerste hand beschikten. De microfichecollectie omvat diverse in Nederland gedrukte geschriften, die meer licht moeten werpen op de samenstelling, rol en invloed van de Nederlandse lobby. De historicus Albert de Lange, woonachtig in Karlsruhe, publiceerde verscheidene artikelen en boeken over de Waldenzen, waaronder "Die Waldenser: Geschichte einer europäischen Glaubensbewegung" (2000). Hij selecteerde de titels voor de microfichecollectie en schreef er de inleiding bij.De germanist Arjan van Dijk uit Leiden beheert bij IDC Publishers het Religiefonds. De collectie over de Waldenzen is de eerste in een reeks bronnenuitgaves over religieuze minderheden, die ook de Kathareren en de Hugenoten zal omvatten. Meer informatie is te vinden op www.idc.nl. |
| Populaire artikelen | |







Heeft u behoefte aan pastorale ondersteuning? 













